Uit: Diverse Waarnemingen in de Natuurlijke History
16 Juny 1769
..
Ik vond ook twee Lichaamjes, die mij eerst toeschenen te zijn als een kuyt van eenige Visch, het eene wit en ’t andere rosch bruyn wit, eenige minuten in mijn glas met zuiver zeewater geleeg in hebbende, bemerkte ik dat zig (als zeer toegetrokken zijnde) begonnen te beweegen uyt te zetten, en twee openingen te formeren, waarvan het eene zig aan het glas vasthegte, en het andere zig openende, daar uyt als uyt een zak voorkwam in den witten een meenigte van hayrgelijke lichamen zeer wit die een breede krans formeerden en in het midden een geelagtige opening vertoonden, en in den bruynen?
Een grote menigte buysgelyke tanjes wel 11/2 duim (3, 8 cm. fb) lang,
roswit van kleur, en van binnen als een kelk wit, met een rode rand, het welk dit dier na een bloem en wel een anemone deed gelijken, hoewel gedurige van gedaante veranderende, kortom ik bevond het te zijn de Zeeschaft bij d’Heer baster beschreeven en afgebeeld plaat 13 Fig. 1 & 2 (link : 1 = zeedahlia fb).
Op den 16 Juny 1769, bevond ik bij het Visschen op het Strand twee ZeeSchaften, een bruyne zo groot als een banket/bonket? zig openende en vertonende meer dan 70 a 80 pijpjes, als de schagten van vogelveren
staande op een Vlakte fraey wit en rood gevlamd en gestreept, en in welk midden een opening t.. in het lichaam ingaande zijnde aparent de mond, en alles omwonden in een bekleedsel eeven als een zak, 't welk het dier bij aanraking als anders, toehaelde, en wat dan het geheel een onregelmatig langrond klomp of bal,
Ik heb het meer als 14 dagen levendig gehouden, het zoog zig sterk in vol water, en maakte zeer zonderlinge veranderingen van Figuur, zomtijds als een bal, nu weer langrond Cylinderig dan weer als in de midden geworgt.
De andere was melkwit, van binnen met fijne buysjes als hayren van een geelaghtige Colleur welke zig ook zonderling opende en sloot doch minder groot en met weyniger verandering dan de bruyne.
Dezelve zijn door Heer baster zeer naukeurig beschreven en afgebeeld in zijn Natuurlijke Uytspanningen.
Saterdag den 4 Novemb. 1769
Gewandelt op het Strand alwaar gevischt was, zijnde eenige dagen bevoren mooy zagt weer gewaest, gevonden zeer vele Zeewieren,
...
Maar bijzonder een witte en een oranje Colleur Schaft met fijne hayrgelijk buysjes.
Maar dat nog niet gehad heb, op een getakt Alcyonem* veele plaatsen bezet met een oranjecolleurig slijm, hetwelk na een dag of twee zig openbaarde in verscheyde uytpuylingen, zijnde kleyne Schaftjes welke dagelijks merkelijk groter werden, egter alle nog zeer vast bleeven zitten op het Alcyonem, eeven als de polypen op dezelve zitten, en zouden daar ook ligt voor aangezien zijn, ingeval hun groote hen niet daar van deeden onderscheyden.
Ik heb bij vervolg dezelve geduurig zien aangroeyen, ook eenige gevonden aan de zijden van de fles los zijnde.
Het is mij ingevallen, of niet wel de Schaften, die volgens d’ Heer baster zijn levensbarend en door mij ook meermaels gezien, Jonge levendige Schaftjes uytwerpen, of die ook niet wel zonder eyerbaerend, of zaadloosend zijn op de Alcyonia of andere Zeewieren, en dat zulks verstrekt voor de baarmoeder van de verscheyde Jonge Schaftjes.
Dat zulks veelligt ook plaats heeft omtrend de Polypi, ter oorzaak dat ik dezelve hebbe bevonden gegroeyd te zijn op allerley zeewieren, zelfs op biezen en vuyligheyd toevallig in het water geraakt, en onder anderen eens op een Plaats, op een Alcyonien die meede als een roodaghtig overdektzel van slijm hadden, en waaruit zeer veel Inkarnaatpolypi hervoor kwamen.
* Bomme vond vaak Alcyonen: Alcyonidium sp., zeevinger
|