Op den 3 septb 1773 vond ik op het strand by Oostkappel een Plant Spons,
zijnde een Stamme van ruim 19 Takken, deszelve geheele lengte was 10 Duimen,
en de breedte 5 a 6 Duimen.
Enigszins wayeragtig doch als een dobbele laag plat opeen leggende,
het Stammetje ’t geen schuins scheen afgescheurd te zijn van zijn wortel,
was lang 31/2 duim, harder en tayer dan het overige, en eenigsins houtachtig.
Dit Stammetje gaf eerst twee takken af,
van 2 e 3 dm lang, twee Duim hoger verdeeld het zich in twee dreihoekige breede uitbreidingen die aan d’eene zijde zich haest weder vereeningden,
dus als twee drijhoeken aan eene zijde aan elkander gehegt waar uit vervolgens alle de verdere takken voortkwamen welke zig nu eens afzonderden,
en verder weder tesaamlopen,
op ’t eijnden zich verbreeden als een blad waeijeragtig,
met twee dry en meerdere uitstekken en afschijdingen.
|